maandag 18 augustus 2014

Clifden

Vandaag was weer een 'reisdag'. Daarom zaten we bijtijds, zo rond 8.30 uur, aan het ontbijt. Na een lekkere maaltijd pakten we de laatste spullen in en gingen we op pad naar Clifden.





We reden eerst over de Corkscrew Hill. Bij het uitzichtpunt hadden we nog een mooi zicht over de Burren. Natuurlijk moest er even gestopt worden voor een paar foto's.



Omdat we toch langs Galway kwamen, leek het ons leuk om wat in deze universiteitsstad rond te kijken en gelijk een hapje te eten.



In de winkels hingen de rekken vol met schooluniformen. Freek vond dit echt afschuwelijk en was blij dat ze daar in Nederland niet aan doen...



Rond 13.30 uur stapten we weer in de auto voor het laatste stukje naar Clifden. De regio waar we de komende 2 dagen verblijven ligt in West-Ierland. In de reisgids las ik dat deze regio vaak gehuld gaat in natte mist en dat talloze Atlantische stormen, vergezeld van zware regens, dit gebied teisteren. Vandaag hadden wij in ieder geval mooi weer. Hopelijk blijft dat nog even zo!

De weg naar Clifden is de N59. Dat klinkt toch of je haast thuis bent... Het was een mooie route, met onderweg veel meren en vlakbij Clifden de Twelve Bens, een bergketen (hoogste top 730 meter). Het beklimmen hiervan is, opnieuw volgens de reisgids, alleen weggelegd voor ervaren wandelaars. Daar beginnen we dus maar niet aan! Clifden is de hoofdstad van Connemara en in 1812 gesticht door John d'Arcy, een lokale grootgrondbezitter en high sherrif van Galway. Dit was zijn bijdrage aan het fatsoen in deze bandeloze streek. Helaas ging de familie uiteindelijk bankroet aan het brengen van voorspoed en rechtschapenheid...



We verblijven in het Abbeyglen Castle Hotel en hebben 4 kamers naast elkaar, ook weleens leuk. Vanaf 16.00 uur konden we in de bar terecht voor thee (of koffie) met scones. Dat ging er wel in! Daarna moest er nodig 'geblogd', mailtjes gelezen en beantwoord worden. De achterstand na een paar dagen zonder internet viel eigenlijk best mee ;-)





Het is een kleine 5 minuten lopen naar het centrum van Clifden. Daar hebben we net in de E.J. King Pub gegeten en op de terugweg nog een ijsje gekocht.




Daarna gingen Arjen, Tanja, Jan en ik nog een eindje rijden: de Sky Road Loop. Vanaf deze 11 km lange weg heb je een mooi uitzicht op Clifden Bay en de Oceaan.







Nu is het bedtijd. In het vorige hotel was het supergehorig, hopelijk gaat het hier wat beter... Tot morgen!

Sunday - Ennis & The Burren

Vanochtend zaten we om 8.30 uur aan het ontbijt in het hotel.

Dankzij een tip van de vrouw van de voorganger van vorige week, in Killarney, ontdekten we dat in Ennis, op ruim een half uur rijden van Lisdoonvarna, de Ennis Evangelical Church te vinden is. Daar gingen we zondagochtend naar de kerk. Deze kerk is gevestigd in een pand op het bedrijventerrein aan de rand van Ennis.

Na het ontbijt, waar wij om half negen als eersten aanschoven, moesten we tempo maken. Want niet eerder bezochten we op onze reizen in het Engelse taalgebied een kerk die zo vroeg begon: om 10.30 uur al.... Maar goed, op de weg hadden we geen oponthoud, dank zij het navigatiesysteem reden we zonder een afslag te missen naar de rand van het bedrijventerrein en vandaar wezen duidelijke bordjes de weg naar de kerk die gevestigd was in blok E, unit 6. Het pand zag eruit als een bedrijfspand. Behalve aan de opschriften was het niet als kerk te herkennen.



Toen we (AL en Jan, alvast vooruitgelopen) even bij de deur aarzelden omdat het pand er niet heel open uitzag, werd de deur voor ons opengedaan. Een vriendelijke heer heette ons welkom en informeerde belangstellend hoe we heetten en vanwaar we kwamen. Den Braber, zei ik. Hij was zeer geïnteresseerd in Nederlandse namen, want hij had nog wortels in Zuid-Afrika. Hij wilde zelfs weten hoe het gespeld werd. Inmiddels arriveerde de rest. Na nog geïnformeerd te hebben of zij allemaal familie waren, wees hij ons de weg naar boven. Bovenin het pand was een kerkzaal gevestigd, waar een 110 stoelen stonden. Alles zat keurig in de verf en de stoelen waren netjes bekleed. Een groot contrast met het zaaltje in Killarney. Diverse mensen kwamen ons een hand geven en een praatje maken. Op het podium zaten een mevrouw met een keyboard en twee heren met akoestische gitaren de muziek voor de dienst nog even te oefenen.

Om een minuut over half elf begon de man die ons ontvangen had met de dienst. Er waren op dat moment 34 mensen. De vrije omgang met aanvangstijden, die ons in Dublin en Killarney ook al opviel, bleek wederom. Na het openingsgebed en de mededelingen was het bezoekersaantal al wat verder opgelopen. In totaal kwamen we zo rond de zeventig personen uit. De belangstelling voor onze achternaam bleek trouwens een reden te hebben. Eén van de mededelingen was namelijk dat rechts achterin de familie Den Braber uit Holland zat... De vraag of het goed werd uitgesproken (keurig) heb ik bevestigd door mijn duim op te steken. De mededelingen waren overigens vrij interactief: een mevrouw die enkele maanden naar Amerika ging legde nog even uit hoe het ook weer zat.

De gemeentezang vond plaats uit hetzelfde liedboek als in Killarney. Dit keer waren echter wat meer liederen gekozen waarvan wij de melodie kenden. De tekst werd, net als die van schriftgedeelten die aan de orde kwamen, op de wand geprojecteerd. Omdat de mevrouw die achter het keyboard zat behalve een heldere stem ook een microfoon had, ging het zingen prima. Af en toe zette ook iemand nog een tweede stem in. Ook werd af en toe afwisselend door mannen en vrouwen gezongen. Het klonk mooi.

Na het openingsgebed, enkele liederen, schriftlezing, gebed en de collecte was er gelegenheid voor de kinderen om naar de zondagsschool te gaan. Na even aarzelen besloot Freek dat hij dat wel wilde. Anne Laura ging mee. Ze was met stip de oudste deelnemer en heeft, naar wij begrepen, als hulpjuf gefungeerd. Na het vertrek van de kinderen vond "the communion" plaats, ofwel het Avondmaal, ingeleid door een kort gebed voor het brood en een kort gebed voor de beker. We hadden de indruk dat dit een standaard onderdeel van wekelijkse eredienst was.

Hierna werd het woord gegeven aan een jongere man, die de preek verzorgde. Hij nam niet een bepaalde tekst als uitgangspunt, maar had een onderwerp dat hij vanuit verschillende schriftgedeelten belichtte. Samengevat: Zoals kinderen op hun ouders lijken, lijken mensen op hun Schepper, die hen immers naar zijn beeld en gelijkenis schiep. Nadat door de zonde de relatie met God verbroken is geraakt, heeft God door Jezus de weg weer geopend waardoor christenen kinderen van God zijn. Als gevolg hiervan zullen en moeten zij dan ook op hun Vader c.q. op Jezus gaan lijken.

Na afloop werden we hier ook weer uitgenodigd voor een kop thee/koffie in een van de zalen beneden. Aangezien de zondagsschool nog niet was afgelopen, was er alle aanleiding om van die uitnodiging gebruik te maken. De mannelijke helft van een Iers echtpaar, door Arjen aangesproken, bleek op die kans om zijn visie te ontvouwen gewacht te hebben. Via de resultaten van het Nederlandse, Duitse en Engelse elftal tijdens het recente WK en het aanstaande referendum over de onafhankelijkheid van Schotland kwamen we als vanzelf op de rivaliteit tussen Engelsen en Ieren terecht. Zoals bij alle lieve lezertjes bekend is die rivaliteit tot vrij recent bloedig uitgevochten. Nog altijd stellen Engelsen Ieren achter, zo bleek uit een lijstje voorbeelden. Ieren zijn niet helemaal anders, maar ten minste wel een beetje. Zo nemen zij het ons Nederlanders helemaal niet meer kwalijk dat stadhouder-koning Willem III destijds nogal bloedig tegen de Ieren heeft gevochten. Terwijl het nog maar ruim 300 jaar geleden is...

Intussen was de zondagsschool afgelopen. Freek was met enkele medepupillen aansluitend aan het beoefenen van zijn favoriete sport begonnen, dus die vond dit al met al helemaal geen vervelende kerk. Ook de anderen hebben deze zondag weer met genoegen deelgenomen aan de eredienst.

Buiten werden we nog door een van de kerkgangers aangesproken. Toen hij zag dat we uit Nederland kwamen, vroeg hij gelijk of een van ons in het leger diende. Hij had nl. zelf wel in the army gezeten en in Libanon en Bosnië Nederlandse soldaten ontmoet. Hij was nogal lang van stof. Z'n vrouw, die aan het stuur van de auto zat, kapte de discussie af met de opmerking: 'He is now a soldier in the army of the Lord'. En daarna scheurde ze er vandoor!
Uit de kerk liepen we nog een rondje door Ennis. Dit plaatsje is de hoofdstad van county Clare en ligt aan de rivier de Fergus.



Een eindje buiten Ennis ligt het kasteel van Dysert O'Dea. We beklommen de 15e eeuwse burchttoren en hadden een mooi uitzicht over de omgeving.





Daarna reden we nog een rondje over (of is het door) de Burren, een uitgestrekt kalksteenplateau. Het woord Burren stamt van het Ierse woord boireann, dat rotsachtig land betekent. Een opzichter van Cromwell omschreef dit gebied in 1640 als 'een ruig land, dat net niet genoeg water heeft om een man te verdrinken, geen boom om hem aan op te hangen en geen grond om hem in te begraven'.
De Burren is een unieke omgeving met zeldzame planten, mediterrane en alpiene soorten groeien naast elkaar. Van mei tot augustus bloeien er enorm veel bloemen, vooral rond ondiepe meren, maar soms ook in de spleten van kalkstenen platen. De diepe spleten zijn door ijsvorming, wind en regen ontstaan. Het regenwater sijpelt door het poreuze gesteente en slijpt onder het rotsplateau een uitgebreid grottenstelsel uit. In dit gebied leven dassen, vossen, hermelijnen, wilde geiten, hazen, veel vogelsoorten en wel 28 verschillende soorten vlinders. Bijzonder is dat het in de winter op de heuvels warmer is dan in het dal. Het vee graast hier 's winters dan ook op de helling.
We stopten bij Poulnabrone Dolmen, een portaalgraf uit 2500-2000 voor Christus.







We reden een mooie route via Black Head naar Fanore. Daar liep het kalksteen helemaal door tot aan het strand.



Het is opvallend hoeveel ruïnes er hier te zien zijn, van huizen, maar ook van kerken, kloosters en kastelen. Het heeft best wel wat mysterieus...



Vanavond (zondagavond) zijn Tanja, Arjen en ik nog naar Doolin geweest voor een zonsondergang. Op Doolin Pier hadden we een mooie plek gevonden. Helaas gooide een wolk op het laatste moment roet in het eten. Maar het leverde zeker nog mooie plaatjes op!

























Morgen vertrekken we (alweer!) naar ons volgende (en tevens voorlaatste) adres: Abbeyglenn Castle Hotel in Clifden.

zondag 17 augustus 2014

Saturday - from Kenmare to Lisdoonvarna

Zaterdagmorgen ging de wekker al om 7.00 uur. De laatste spullen werden ingepakt en ingeladen en na het ontbijt werd het huis opgeruimd. De eigenaresse van het vakantiehuis zou rond 10.00 uur langskomen, maar stond om 8.30 uur al op de stoep. Na wat formaliteiten ging ze alweer weg. We moesten de deur maar gewoon achter ons dicht trekken, dan kwam het goed.

Rond 9.30 uur waren we klaar voor vertrek. In de buurt van Adare stopten we voor benzine en koffie (en Tanja en ik doen ook deze vakantie weer de toiletinspectie, de meeste scoren een dikke onvoldoende). Bij dit tankstation behoorde naast benzine en diesel, ook kerosine tot de mogelijkheden. We overwogen om vliegend verder te gaan, maar houden het toch maar met vier wielen op de grond!



Vervolgens reden we via Limerick (tante Corrie, bedankt voor het gedichtje!), naar Ennistymon waar we lunchten bij het Guru Tea House. Op de een of andere manier komen we toch altijd weer bij van die spirituele zaakjes terecht. Aan wie het ligt, weet ik nog niet...




Omdat het nog vrij vroeg was, reden we naar de Cliffs of Moher. Er waren nog wat mensen die op dat idee gekomen waren... Met enkele duizenden andere mensen (a 6 euro per volwassene) keken we naar de indrukwekkende kliffen. Deze zijn 214 meter hoog en 8 km lang. De steile rotsen bestaan uit afwisselende lagen zwarte schalie en zandsteen. Op de beschutte richels nestelen diverse vogelsoorten, waaronder zeekoeten. Het lijkt me mooi om vanaf deze plek de zon onder te zien gaan, maar helaas hadden we geen zon vandaag.













Tegen 16.00 uur waren we in het Wild Honey Inn Hotel in Lisdoonvarna. Dit plaatsje was in de victoriaanse tijd een kuuroord, maar is nu vooral bekend door de kleurrijke pubs (of dit over de buiten- of binnenkant gaat heb ik nu nog niet ontdekt) en het Matchmaking Festival, dat helaas pas in september plaatsvindt.

Dit verhaaltje zit ik in het raamkozijn van mijn helaas zeer gehorige hotelkamer te typen.





Tanja, Arjen en Jan maakten in het donker nog een ritje met de auto.



zaterdag 16 augustus 2014

Blasket Islands

Vandaag stond een 4 uur durende vaartocht met de Blasket Princess vanuit Ventry (op het schiereiland Dingle) naar de Blasket Islands (een groep van 6 eilanden voor de kust) op het programma. Omdat Ventry ruim 100 km. van ons vakantiehuis vandaan ligt, vertrokken we om 9.45 uur vanuit Kenmare.
Om 11.45 uur waren we op de plaats van bestemming. Het laatste stukje waren de verkeersborden alleen nog in Gaelic. We moesten in Ventry zijn, maar op de borden stond Ceann Trà. Best logisch, toch?

We parkeerden op het parkeerterrein van Quinn's Bar. Het was een customers only carpark, maar omdat er verder nauwelijks parkeergelegenheid in de buurt was, trokken we er ons niet zoveel van aan. De (vader van) eigenaar kwam net het parkeerterreintje versperren, maar we mochten toch blijven staan. De pub had een bordje food served all day, maar zoals we ondertussen weten is dat pas vanaf 12.30 uur... We hadden wel trek in een kopje koffie, dus liepen we door naar het volgende restaurantje. Helaas was het koffiezetapparaat broken, en de eigenaresse verwees ons naar de Pottery, ong. 200 meter verderop. Gelukkig lukte het daar wel en kocht Tanja nog een paar leuke schaaltjes.


Rond 12.45 uur verzamelden we op de pier in Ventry.





Na een poosje zagen we de Blasket Princess al aankomen. De boot bleef in de baai liggen en de passagiers werden met een Zodiac vanaf de boot naar de kade gebracht en v.v. Dat begon dus al leuk! We moesten allemaal een reddingsvest aan, dat op de boot gelukkig weer uit mocht.







Toen iedereen aan boord gebracht was, konden we vertrekken!





We voeren eerst naar Great Blasket Island. Dit eiland is bewoond geweest tot 1953 door voornamelijk vissers (max. 200). Deze spraken alleen Iers (Gaelic), geen Engels en waren voor alles afhankelijk van het vasteland. Zelfs de doden werden op het vasteland begraven. Omdat de zee erg woest kan zijn, was het soms enkele weken niet mogelijk om van of naar het eiland te gaan. Mede daarom heeft de regering uiteindelijk besloten de bevolking van het eiland te evacueren. Een groot deel van hen is geëmigreerd en velen van hen zijn terechtgekomen in Springfield, Massachusetts.





  
Van dit eiland moesten we een aantal mensen ophalen. Daarna voeren we naar Inishvickillane, een eiland dat geen bewoners heeft. Het is particulier eigendom van nakomelingen van een vroegere minister-president van Ierland, die het in 1970 kocht als plaats waar hij zich kon terugtrekken en experimenteren met alternatieve energiebronnen. Hij heeft herten op het eiland geïntroduceerd. Die zagen we ook rondlopen. Er staat, behalve een aantal ruïnes van oude bebouwing, één huis op dat als vakantiewoning dienstdoet. We pikten enkele mensen die hier verbleven op. Omdat de boot wegens weersomstandigheden in combinatie met het getij enkele dagen niet had kunnen varen, zou ik me zo voor kunnen stellen dat ze blij waren weer naar het vaste land te gaan.














Hoe verder we op zee kwamen, hoe hoger de golven. We deinden behoorlijk...

Onderweg zouden we mogelijk zeehonden, dolfijnen, bruinvissen, walvissen, haaien en orka's kunnen zien. We zagen al vrij snel een aantal zeehonden en een enkele bruinvis, maar voor de rest hadden we de moed al opgegeven. Gelukkig kwamen we rond 16.00 uur toch nog een groepje dolfijnen tegen, die een eind met de boot mee zwommen. Erg leuk om te zien, maar heel lastig om op de foto te krijgen! Er is een filmpje van gemaakt, dit zal vermoedelijk zaterdag nog geüpload worden.


Wel zagen we aalscholvers, jan-van-gents en nog meer vogels.









Rond 17.00 uur waren we weer in de haven van Ventry. Omdat het nu hoog water was, konden we wel aan de kade aanleggen en via een eng trapje omhoog klimmen...


Als dank voor het parkeren, voelden we ons genoodzaakt om bij Quinn te eten. Het eten was niet om over naar huis te schrijven, dus dat doen we dan ook niet.



Rond 20.30 uur waren we weer in Kenmare.



Daar werden koffers ingepakt enz. Het begint al aardig vertrouwd te worden!
 Morgen vertrekken we naar Lisdoonvarna.