zaterdag 29 juli 2017

Dag 10 - Saint-Malo & Vierville-sur-Mer

Het goede nieuws is dat er in het vakantiehuisje toch wifi is, het slechte nieuws dat het vrij trage wifi is. We zullen het er mee moeten doen ;-)

Vanochtend moesten we al vroeg opstaan, om uiterlijk 8.00 uur moesten we nl. bij de boot zijn.
Om 7.30 uur vertrokken we vanaf het hotel en waren dus ruim op tijd bij de Elizabeth Terminal.


Het inchecken ging snel, maar het duurde vrij lang voordat we aan boord konden.
Het was heel erg druk, dus we vertrokken met een kwartier vertraging.




De kapitein vertelde dat er een behoorlijke harde westenwind was, maar aan boord merkte je daar gelukkig weinig van. De overtocht verliep verder voorspoedig, om 11.45 uur waren we weer op het Franse vaste land.


Door de grote drukte stonden de parkeerdekken erg vol. De auto's stonden zo dicht op elkaar, dat sommige chauffeurs pas in konden stappen als de auto naast hen weggereden was.


We besloten in Saint-Malo een hapje te eten.
Terwijl we de auto parkeerden en naar de Oude Stad (Intra-Muros) liepen, voer de ferry al weer weg.



Het stadsdeel binnen de oude stadsmuur wordt Intra-Muros genoemd.
Sommige stukken dateren uit de 12e-14e eeuw, maar het grootste gedeelte is in de 18e eeuw vernieuwd.


Na de landing van de geallieerden op 6 juni 1944 werd 70% van het oude deel van Saint-Malo verwoest. Het is na de oorlog weer opgebouwd in de oorspronkelijke stijl.





De kathedraal Saint-Vincent.





Tijdens de Honderdjarige Oorlog zou er volgens een legende een wonder gebeurd zijn. Voor Saint-Malo belegerden de Engelse troepen de stad die ze maar niet konden innemen. De Engelsen besloten met een list in de stad te komen, door ver vanaf de muren en uit het zicht van de Fransen, een tunnel te graven onderdoor het strand. Ze groeven hun tunnel en verstevigden die met houten balken en planken. Zodoende kwamen ze onder de vestingmuren van de toren. Boven de poort, in een nis staat een beeld van de Maagd Maria. In haar linkerarm draagt ze Jezus, en haar rechterarm wees iets omhoog. De bevolking van Saint-Malo, die de Engelse invasie vreesden, baden om hulp. Iemand merkte op dat de rechterhand en wijsvinger van het Mariabeeld naar beneden wees. De inwoners zagen dit als een wonder en een teken uit de hemel. Meteen stonden de Franse soldaten klaar voor de poort toen de grond plots wegzakte en de tunnel met de verbaasde Engelsen, open lag. De Engelse soldaten werden in de pan gehakt en de tunnel met kokende olie volgegooid en de put gedicht. Daarna gaven de Engelsen het beleg voor Saint-Malo op.





Het bastion de la Hollande werd in 1674 gebouwd en in 1708 uitgebreid om de stad te beschermen tegen aanvallen van de Hollandse vloot.
 Het werd uitgerust met 24 kanonnen. Later liet de graaf van Toulouse deze vervangen door grotere exemplaren: 12 kanonnen van kaliber 36 en 12 kanonnen van kaliber 48. De stad kreeg dit geschenk als beloning voor de moed en de verdediging tijdens de aanvallen van de Hollanders in 1696.

In 1684 werd de kennel van de "Chiens du Guet" (waakhonden) in dit bastion ondergebracht. Vanaf 1150 bewaakte een meute van 24 honden de stad. Om tien uur ‘s avonds luidde de klok van de kathedraal Saint-Vincent om aan te geven dat de honden rondom de stad werden losgelaten om de stranden en de haven te bewaken.







Iets na 13.30 uur reden we weg. We kwamen nog even in een file terecht, maar verder was het een rustig ritje en merkten we wij niets van zwarte zaterdag. Rond 16.30 uur arriveerden we bij ons vakantiehuis in Vierville-sur-Mer, direct gelegen aan het strand. Freek en Arjen waagden een duik in zee.


De eigenaren, een ouder echtpaar, stonden ons al op te wachten.
We kregen een rondleiding door het hele huis en mevrouw vertelde (gelukkig in het Engels) hoe alle apparaten werken. Het huis is van alle gemakken voorzien!


Op de foto hieronder het oorspronkelijk huis. In de Tweede Wereldoorlog is dit verwoest. Na de oorlog heeft de huidige eigenaar het zelf weer opgebouwd.




Met zo'n uitzicht moet het goed komen ;-)



Het huis ligt direct aan het invasiestrand, Omaha Beach, sector Charlie.
Maar daarover later volgende week meer.






Tot morgen!

vrijdag 28 juli 2017

Dag 9 - Noordkust en ribboattour

Omdat we de noordkust van het eiland nog niet helemaal bekeken hadden, stond dat vandaag op het programma.
Rond 10.00 uur vertrokken we vanaf het hotel. Het eiland is 16 km breed en 10 km hoog, de bestemming is welke kant je ook uit gaat snel bereikt.


De eerste stop was bij Bonne Nuit Bay. In deze baai vonden zeelieden een veilige schuilplaats voor de nacht, vandaar de naam.





We reden verder naar het westen, over de Route du Nord. Deze weg is in de Tweede Wereldoorlog op last van de Duitsers grotendeels aangelegd door de toen werkloze bevolking.




Vanaf de weg een prachtig uitzicht!

Vervolgens stopten we bij een parkeerplaats, waarvandaan je lopend naar de Devil's Hole kunt, een grot van 30 meter breed en 60 meter diep.
De zee heeft hier het zachte gesteente weggesleten, zodat het harde graniet is overgebleven.


Helaas namen we het verkeerde wandelpad, zodat we wel de beloofde schapen zagen (meerdere zelfs), maar niet de bewuste grot.



Ook hier weer een prachtig uitzicht.


In de verte konden we het eiland Sark nog net zien.


Toen Helier de Carteret in 1565 toestemming van Elizabeth I had gekregen om Sark te koloniseren, ging hij met 39 families op pad. Op weg naar Sark verging een van de schepen op de Pierres de Lecq, een rotsformatie voor de kust bij het plaatsje St. Mary. Sinds die tijd wordt dat punt de Paternoster Rocks genoemd, omdat zeelieden voortaan in de buurt van deze verraderlijke rots het 'Onze Vader' baden.



Daarna spoedden we ons naar St. Brelade. Daar werden we nl. om 13.00 uur verwacht voor een tocht met een ribboat!



Met een lege maag kun je natuurlijk niet op pad!



De boot lag al gereed in de baai, dus toen we allemaal voorzien waren van waterdichte jassen en zwemvesten, konden we aan boord.




We voeren met max 45 km/uur over soms best wel hoge golven (tot zo'n 1,5 meter).







Corbière Point zagen we nu vanaf het water.





Op het rotseilandje Ile au Guerdain ligt Janvrin's Tomb.
Philippe Janvrin was een zeekapitein, afkomstig van Jersey, die hier begin 18e eeuw voor anker lag. Omdat aan boord de pest was uitgebroken, mocht niemand aan land. Alle bemanningsleden stierven en vonden hun graf in de golven. Janvrin overleed als laatste. Zijn lichaam vond een tijdelijke rustplaats op het eilandje.



Een uurtje later klommen we weer aan land.
Freek en Arjen zwommen gelijk nog even.


Daarna relaxten we wat in het hotel. Tegen zessen wandelden we een kleine 2 km naar Roseville Bistro.



Via een omweg langs de havens liepen we weer terug.



En zagen dat de veerboot al klaar lag ;-)



En konden we nog precies een blik werpen op het Elizabeth Castle.



Ondertussen is er al het een en ander ingepakt en nemen we morgenochtend vroeg de boot naar Saint-Malo.

Helaas hebben we geen wifi in ons huisje in Normandië...
De blog zal dus met een iets mindere regelmaat verschijnen.