vrijdag 31 juli 2015

Wandeling naar Krimml

Vanochtend was het weer wel prachtig en hadden we eindelijk zicht op alle bergen aan de overkant.
Onderstaande foto is gemaakt vanaf het balkon op de 1e verdieping van ons huis. Daar bevindt zich de woonkamer en keuken. Op de begane grond is een slaapkamer, de rest slaapt nog een verdieping lager.


Vanaf het vakantiehuisje (gelegen in Hochkrimml) is er een pad dat naar Krimml loopt. De wandeling zou volgens het bordje een uur duren. Arjen, Tanja en ik besloten deze wandeling te maken. Omdat het vakantiehuis 600 meter hoger ligt dan het dorpje, waren we dus vooral aan het afdalen.










En het bordje klopte: een uur later waren we in het dorp Krimml. Het leek ons niet zo'n goed idee om de weg terug ook te gaan lopen. Dus belden we taxi Jan, die ons vanaf het terras van een Gasthaus oppikte.


Tanja, Mat, Lau en Betty gingen vanmiddag winkelen in Mittersill en ook de nodige boodschappen inkopen.

Arjen, Freek en Jan vertrokken richting Zell am Ziller en gingen met de kabelbaan omhoog. En daarna nog in de rodelbaan.







donderdag 30 juli 2015

Grossglockner Hochalpenstrasse

Vandaag stond een ritje over de Grossglockner Hochalpenstrasse op het programma.
Nou ja, ritje, zeg maar gerust: rit.
We wilden eerst richting Zell am See rijden en daar de Hochalpenstrasse op, om via Heiligenblut, Lienz en de Felbertauerntunnel weer terug te rijden naar huis.

Vanochtend maakten we trouwens voor het eerst gebruik van de broodjesservice. Om 8.00 uur hingen 2 zakken met verse broodjes aan de voordeur, waarmee we ontbeten en gelijk ook een lunch klaarmaakten voor onderweg.
Rond 10.00 uur vertrokken we. Helaas werkte het weer niet mee: regenachtig en heel veel bewolking, waardoor het zicht nihil was. Jammer! Bij het tolplein moesten we 40 euro afrekenen voor de Hochalpenstrasse in combinatie met de tunnel. We kregen er i.v.m. het slechte weer een kaartje bij, dat we de volgende keer (wel deze maand) voor slechts 11 euro van de weg gebruik mogen maken. Wellicht komt het er nog van.

Onze eerste stop was bij Piffkar op 1620 meter hoogte, waar we een bakje koffie namen.
Daarna reden we de Edelweiss-spitze op, dit is een korte doodlopende weg naar een hoogte van 2571 meter. Hier zou je een panorama-uitzicht kunnen hebben over meer dan 30 'drieduizenders'. Helaas zagen wij dat niet...
  





Toen in 1924 een groep van Oostenrijkse experts voorstelde om een weg aan te leggen over de Hochtor werden ze uitgelachen vanwege het idee. Toentertijd waren er in Oostenrijk, Duitsland en Italië samen slechts 154.000 mensen met een auto en slechts 92.000 motoren. Oostenrijk zat nog steeds in een economische crisis na het verliezen van de Eerste Wereldoorlog.
Zelfs een bescheiden drie meter brede grindweg met overzichtelijke inhaalpunten leek een onmogelijkheid. De impuls voor het alsnog aanleggen van de weg, die gemotoriseerd toerisme naar de Alpen moest trekken, kwam uit de beurscrash van de New Yorkse beurs in 1929. Deze kwam als een grote klap aan bij het destijds arme Oostenrijk.
Binnen drie jaar daalde de export met 25 procent. De regering haalde de plannen voor de weg uit de onderste la om zo 3200 van de 520.000 werklozen aan het werk te kunnen zetten. Deze 3200 man werkten 1,8 miljoen diensten tijdens de bouw. Inmiddels was het project ambitieuzer geworden en zou de weg zes meter breed worden om het "extreem grote" internationale verkeer aan te kunnen en de verwachte 120.000 bezoekers te verwerken. Het plan voor de financiering was ook gebaseerd op deze bezoekersaantallen. De regering zou het project betalen en het geld terug krijgen door tol te heffen op het gebruik ervan.
Op 30 augustus 1930 om 9.30 uur klonken de eerste explosieven in de Oostenrijkse Alpen. Vier jaar later was het leger van arbeiders er in geslaagd om voor de eerste keer een auto de Alpen over te laten steken. Een jaar later, op 3 augustus 1935 werd de Großglockner Hochalpenstraße voor publiek opengesteld en een dag later volledig in gebruik genomen met een feestelijke internationale auto- en motorrace.
Inclusief het bouwen van de toegangswegen komen de kosten omgerekend naar vandaag de dag op 53,5 miljoen euro.
De planning hield rekening met 120.000 bezoekers in 1930, maar in 1938 waren er al 375.000 bezoekers in 98.000 auto's die de bergweg wilden berijden. Na de Tweede Wereldoorlog duurde het tot 1952 totdat dit record werd verbroken; in dit jaar kwamen er 412.000 bezoekers. Met hoge groeicijfers werd een hoogtepunt gehaald in 1962: 1,3 miljoen bezoekers.
Met de opening van andere Alpenwegen in 1967 en 1975 veranderde de Großglockner Hochalpenstraße van de enige route dwars door de Alpen naar een excursieweg, vooral bereden vanwege de mooie uitzichten.
Stijgende bezoekersaantallen vroegen om modernisatie van de weg. In 1953 werd de weg verbreed naar 7,5 meter en het aantal parkeerplaatsen uitgebreid van 800 naar 4000. De capaciteit steeg zo naar 350.000 voertuigen per jaar.
De weg is in totaal 47,8 km lang en stijgt van 805 meter naar 2504 meter om vervolgens weer te dalen naar 1301 meter en uit te komen in het plaatsje Heiligenblut.

Maar zover waren we nog niet...



Onze volgende stop was bij de Hochtor, waar we onze meegebrachte broodjes opaten. En Arjen, Mat en Freek nog een stukje berg opliepen richting een restje sneeuw.







 




Daarna stopten we bij de Kaiser-Franz-Josefs-Hohe op 2369 meter hoogte. Op deze plaats heb je een mooi uitzicht op de Grossglockner, helaas vandaag dus niet. Ook is de Pasterze, de langste gletsjer van de Oost-Alpen, hiervandaan te zien.
Het uitzichtpunt heeft zijn naam gekregen toen keizer Frans Jozef en Elisabeth van Oostenrijk-Hongarije ('Sisi') een bezoek brachten aan het uitzichtpunt in 1856. De vorst wilde graag de Pasterze zien en liep met zijn gevolg vier uur lang vanuit Heiligenblut om het punt te bereiken.



















De kerk van Heiligenblut:


Via de Felbertauerntunnel reden we terug naar ons vakantiehuis. In Mittersill stopten we bij Gasthaus Post voor een warme maaltijd en rond 19.00 uur waren we in Hochkrimml.
Totaal hebben we 271 km gereden. Nou ja 'we': Arjen reed met de ene auto en ik met de andere. Dat wilde ik wel even vermeld hebben ;-)