donderdag 8 augustus 2019

8/8 Groningen en Hortus Haren

Vandaag stond een bezoek aan de stad Groningen op de planning.
Rond 9.15 uur stapten we in de auto en ruim een half uur later waren we er.
We parkeerden in een parkeergarage en liepen vandaar verder.

We gingen de rivier de A (de officiële naam is eigenlijk Drentsche Aa) over, over de A-brug en kwamen daarna op het A-kerkhof (bekend van Monopoly!) bij de Der Aa-kerk.
Het A-kerkhof was eeuwenlang de begraafplaats van de Der Aa-kerk. 


De kades aan weerskanten van de A heten Hoge der A en Lage der A.
Bij hoogwater werden de schepen aan de hoge kade gelost en bij laag water juist aan de andere zijde.



We liepen een rondje rond de kerk, maar konden er (nog?) niet in. 




We kwamen langs het Noordelijk Scheepvaartmuseum in de Brugstraat.


Onderstaand pand, ook in de Brugstraat, geldt als het oudst bewaard gebleven woonhuis in de stad Groningen.



Bij het News Café aan de Tussen beide Markten (nl. tussen de Vismarkt en de Grote Markt) dronken we een kopje koffie (ik mét...).


In het gebouw De Korenbeurs, zit nu een filiaal van meneer Heijn...
In de 18e eeuw werd ook in Groningen in graan gehandeld. Omdat de aangevoerde hoeveelheden zo groot waren, besloot men er een apart beursgebouw voor te bouwen. Eerst een houten gebouw, later een stenen exemplaar en vanaf 1865 het huidige gebouw. 



Aan de Grote Markt staat het stadhuis. 




Daarna liepen we langs het Provinciehuis en vervolgens naar de Martinikerk.



Pa's fiets staat er nog ;-)


Al vanaf 800 staat er op deze plaats een kerk. De Martinikerk (vroeger ook wel Sint Maartenskerk genoemd) is vernoemd naar de heilige Maarten van Tours, schutspatroon van het bisdom Utrecht, waartoe de stad Groningen lange tijd behoorde.
De toren wordt in de volksmond ook wel 'd'Olle Grieze' genoemd en is 96 meter hoog. Je kunt 'm beklimmen, maar dat deden wij vandaag niet.



Het orgel behoort tot de bekendste en grootste barokorgels ter wereld.


Hoog in het koor bevinden zich veertien 16e eeuws muurschilderingen (secco's) die het leven van Christus verbeelden.




De Librije.



Boven de bruidsdeur staat de volgende tekst: 'Zoals de bruidegom zich verblijdt over de bruid, zo zal God zich over u verblijden'. Jesaja 62 vers 5



Daarna liepen we naar de Prinsenhof. Ooit was in dit gebouw een fraterhuis van de Broeders des Gemenen Levens. De reformatie maakte hier een einde aan.
In 1594 namen Prins Maurits en Graaf Willem Lodewijk het pand in gebruik. Tot 1795 heeft het dienst gedaan als residentie van de stadhouder.





Stadhouder Ernst Casimir liet het complex in 1626 uitbreiden met een grote tuin: de Prinsentuin. 
Deze tuin bestaat uit een kruidentuin, rosarium, overdekte beukenhagen en buxustuin. 
Rond 1727 liet stadhouder Willem IV het Prinsenhof grondig verbouwen en boven de toegangspoort van de tuin een fraaie zonnewijzer in Lodewijk XIV-stijl plaatsen.


Op de zonnewijzer de Latijnse spreuk:
Tempus Præteritum Nihil, Futurum Incertum, Præsens Instabile, Cave Ne Perdas Hoc Tuum.
De verleden tijd is niets, de toekomende tijd onzeker, de tegenwoordige onstandvastig; zorg dat Gij dezen, die alleen de Uwe is, niet verliest.




Een selfie in de berceau, speciaal aangelegd zodat adellijke dames hun blanke teint konden behouden en toch uit wandelen konden gaan.









Daarna vonden we het tijd voor de lunch. Die nuttigden we op het terras van Het Goudkantoor. 
In de eerste helft van de 17e eeuw is dit pand als Provinciaal Belastingkantoor gebouwd. Op de voorgevel staat de spreuk: 'Date Caesari quae sunt Caesaris' (Geeft de keizer wat des keizers is).


We aten een lekkere vegan meergranenbol en betaalden uiteraard het bedrag dat we verschuldigd waren ;-)



Na de lunch winkelden we nog wat en waren toen wel weer klaar met deze stad. Omdat het nog vroeg in de middag was, besloten we om de Hortus in Haren te bezoeken.
Met de auto kwamen we langs het Centraal Station.



In 1626 legde apotheker Henricus Munting achter zijn huis in Groningen een plantentuin aan. Van buitenlandse relaties kreeg hij planten toegestuurd, zodoende groeide de tuin uit tot een waardevolle botanische tuin. 
In 1642 bood hij de tuin aan de Staten van Stad en Lande aan, om deze in stand te houden voor de Academie en de inwoners van Groningen. Op deze manier kreeg de universiteit een plantentuin.
De eerste catalogus van de tuin werd in 1646 uitgegeven en bevatte namen van planten uit alle werelddelen. Het was lastig om de planten uit warmere streken in leven te houden. Door de Staten werd daarom geld beschikbaar gesteld voor een verwarmde kas, een soort oranjerie. Hierin bloeide in 1675 voor het eerst de Agave, een primeur in de Republiek.
Sinds 1691 is de tuin overheidsbezit.

Door ruimtegebrek werd de tuin in 1929-1930 verplaatst naar landgoed De Wolf in Haren.
Later werd de tuin uitgebreid met een nieuwe kas, kruidentuin en rotstuin. Na afloop van de Floriade van 1992 werden diverse Floriadetuinen naar Haren overgebracht.



Chinese tuin












Rotstuin




Engelse tuin







Vlinder-bijenweide


Watertuin






We vonden het een klein beetje tegenvallen, maar misschien waren we inmiddels ook wat tuin-moe.
Toen we weer naar de auto liepen, kwamen we er achter dat we de witte tuin, de botanische rozentuin, de pasteltuin, de blauw-gele tuin en de hortensiatuin hadden overgeslagen.
Waarschijnlijk waren die het mooist ;-)

Op hetzelfde plekje als eerder deze week, genoten we van ons afscheidsdiner, bestaand uit:
een glaasje sauvignon-blanc,



een broodplankje,


als hoofdgerecht gevulde zoete aardappel,



en het koffie yoghurtdessert na.


Dat smaakte weer top!
Nu gaan we onze spullen bij elkaar zoeken, want morgen vertrekken we alweer.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Opmerking: Alleen leden van deze blog kunnen een reactie posten.